maandag 5 januari 2026

“Van het concert des levens krijgt niemand een programma”

Bij toeval word ik stand-in april 2006 voor een assurantiekantoor, die een stoeltje heeft gekocht in een oldtimer voor een puzzelrit en een goed doel. De opbrengst die dag is meer dan 20 duizend euro voor weeskinderen in Peru. Niet geheel belangeloos worden die dag zakelijke relaties uitgenodigd, die op hun beurt worden gefêteerd door een private-banking groep, georganiseerd door een regionale Rotary Masters Heemstede Bennebroek ( “padvindersclub”.) Je zit net even iets anders in zo’n gesponsorde stoel. De muziek wordt ten gehore gebracht door een fijn gelijnd orkest. Solist is het sonore blaasinstrument, dat de verschillende Tempi levendig afwisselt in een Allegro Moderato Legatissimo. Op het circuit onderdeel wordt het stuk in Alle Brêve Fortissimo gebracht, de kracht gaat niet verloren, prachtig fijn besnaard met een melancholische toon kracht. De dirigent gunt de solist even zijn vrije cadens. In dit voorlaatste onderdeel van de puzzelrit gekenmerkt door een strak gekaderd ‘decrescendo’ wordt alles in een passende omgeving neergezet. Zowel de Ouverture als het Da Capo al fine wordt het bijzonder mooi Ritertando Diminuendo geambieerd. In deze akoestiek spelen de achter aangedreven orkestleden in Presto prachtig ingehouden nauwelijks gillend een excellente boventonen. Voor de dag begon was de gastdirigent voor mij nog onbekend, maar na afloop van het diner blijkt het een beminnelijke man, een herhaling wordt de invitatie meerijden op- en neer naar het circuit Assen op 20 augustus 2006. In de stromende regen reden wij terug met hagelbuien in een open auto met neergeklapt voorraam, ca 200 km lang. Conclusie: liefhebberij voor Autosport kan soms heel ver gaan. ... Lokatie: Hotel Duin & Kruidberg Santpoort Noord
Opnieuw bewerkt in volzinnen. Op die uitzonderlijk zachte lentedag in april 2006, wanneer het zonlicht aarzelend door een sluier van hoge wolken breekt en de lucht ruikt naar pas ontwaakte aarde, neem je bij toeval plaats als stand-in in de zorgvuldig gepolijste oldtimer van een regionaal assurantiekantoor. Het is geen geplande rol, geen vooraf bedachte eer; het gebeurt zoals zoveel beslissende momenten in het leven gebeuren — terloops, bijna achteloos. Toch verandert dit ogenschijnlijk onbeduidende gebaar een gewone benefietrit in een gelaagd en verrassend rijk tafereel, waarin uiterlijk vertoon en innerlijke betekenis voortdurend om voorrang lijken te strijden. Het stoeltje waarin je neerstrijkt is meer dan leer, vering en chroom. Het is een drempel, een toegangsbewijs tot een wereld waarin liefdadigheid, netwerk belangen, nostalgie en theatrale grandeur zich met elkaar hebben verstrengeld tot een zorgvuldig geregisseerd geheel. Terwijl je de veiligheidsgordel vastklikt — een modern detail in een verder tijdloos interieur — dringt het tot je door dat deze stoel niet zomaar “gesponsord” is. Hij vertegenwoordigt een subtiele vorm van zakelijk vernuft, slim verpakt in filantropische verpakking: geven zonder los te laten, helpen zonder jezelf uit beeld te verliezen. De opbrengst van de dag, ruim twintigduizend euro bestemd voor Peruaanse weeskinderen, wordt later met hoorbare trots aangekondigd. Het bedrag klinkt indrukwekkend en is dat ook, maar terwijl het applaus weerkaatst tegen de carrosserieën, voel je onder de oppervlakte een andere dynamiek. Hier ontmoeten zakelijke relaties elkaar niet toevallig, maar doelgericht, zorgvuldig ingebed in een decor van goede bedoelingen. De gasten worden verfijnd onthaald door een private-banking groep die haar rol tot in de puntjes beheerst, en die haar gastvrijheid op haar beurt elegant heeft uitbesteed aan een regionale netwerkclub — een eigentijdse "padvinders orde" waar kameraadschap, loyaliteit en wederzijdse belangen moeiteloos samenvloeien. Rondom je glanzen de oldtimers in uiteenlopende tinten ivoor, wijnrood en diep nachtblauw. Elk voertuig draagt zijn eigen geschiedenis, zorgvuldig onderhouden en met liefde gerestaureerd. Bestuurders spreken elkaar toe in een mengeling van technische termen, anekdotes en lichte bravoure, terwijl vrijwilligers discrete aanwijzingen geven. Dan, bijna ongemerkt, verschuift de aandacht: een elegant orkest heeft een positie gekozen, alsof het decor plotseling een koninklijke ouverture vereist. De muziek vult de ruimte zonder zich op te dringen. Ze balanceert tussen ingetogenheid en plechtigheid, gedragen door een solist die een blaasinstrument bespeelt met een sonore warmte die diep in je borstkas resoneert. Zijn toon is rond, gecontroleerd, maar nooit afstandelijk. Hij speelt met de tempi alsof hij het publiek persoonlijk toespreekt: een Allegro Moderato Legatissimo dat zich soepel om de aanwezigen heen wikkelt, als een muzikaal lint dat verleden en heden samenbindt. Wanneer het konvooi zich in beweging zet en het circuit opdraait, lijkt het orkest — of misschien is het je verbeelding — van karakter te veranderen. Alsof de symfonie zich aanpast aan asfalt, snelheid en verwachting. In een Alle Breve Fortissimo, helder en krachtig, wordt het momentum van de rit gevangen. De motoren, fijnbesnaard als snaren onder hoge spanning, laten hun mechanische melancholie horen zonder schreeuwerig te worden. Ze brommen, zingen, ademen. De dirigent is hier geen man met een stok, maar het samenspel van machine en bestuurder, dat de solist een vrije cadens gunt: een moment waarin gas, techniek en intuïtie samenvallen tot pure beweging. Halverwege dwingt het een na laatste onderdeel van de puzzelrit tot vertraging en scherpte. Het contrast is voelbaar: een Decrescendo dat alles terugbrengt tot overzicht, structuur en precisie. Kaarten worden geraadpleegd, aanwijzingen herlezen, blikken uitgewisseld. De omgeving lijkt zich gewillig te voegen naar deze nieuwe maatsoort — boerderijen met verweerde gevels, houtwallen die het landschap ritmeren, verstilde dorpslijnen waar de tijd lijkt te pauzeren. Het is alsof het landschap zelf begrijpt dat dit de laatste maten van de compositie zijn en zich dienovereenkomstig gedraagt. Je realiseert je dat de rit niet louter een route is, maar een zorgvuldig gecomponeerde choreografie van indrukken, ontmoetingen en symboliek. Elk kruispunt, elke pauze, elke versnelling draagt betekenis. Wanneer de ouverture uiteindelijk plaatsmaakt voor het Da Capo al fine, ontstaat een ritmische herneming die het geheel sluitend maakt. Het Ritardando Diminuendo waarmee de dag langzaam naar zijn einde glijdt, voelt bijna filmisch aan: warm licht, lange schaduwen, gesprekken die zachter worden. Dankbaarheid hangt in de lucht — deels oprecht, deels gespeeld, maar altijd voelbaar. En dan, in de natuurlijke akoestiek van het laatste traject, komen het achterwiel aangedreven “orkestleden” nog één keer tot leven. In een Presto versnellen ze met ingehouden bravoure, net onder de grens van uitbundigheid. Geen gillende tonen, maar wel een rijke bovenlaag van harmonische boventonen die het geheel een onverwachte grandeur verleent. Het is een afsluiting die tegelijk licht en groots aanvoelt — een staande ovatie, niet in handen of stemmen, maar in motoren, landschap en het fijn afgestemde samenspel tussen mens, machine en moment.
Start-Finish: locatie Duin- en Kruidberg, (verwijzing naar Wikipedia) puzzel rit en autorally vanaf Santpoort Noord, Driehuis, Spaarndam, Haarlem, Heemstede, Aerdenhout, Bentveld, Zandvoort • • en later op de kalender de reünie op circuit Assen.

Geen opmerkingen: