maandag 5 januari 2026

“Van het concert des levens krijgt niemand een programma”

Bij toeval word ik stand-in april 2006 voor een assurantiekantoor, die een stoeltje heeft gekocht in een oldtimer voor een puzzelrit en een goed doel. De opbrengst die dag is meer dan 20 duizend euro voor weeskinderen in Peru. Niet geheel belangeloos worden die dag zakelijke relaties uitgenodigd, die op hun beurt worden gefêteerd door een private-banking groep, georganiseerd door een regionale Rotary Masters Heemstede Bennebroek ( “padvindersclub”.) Je zit net even iets anders in zo’n gesponsorde stoel. De muziek wordt ten gehore gebracht door een fijn gelijnd orkest. Solist is het sonore blaasinstrument, dat de verschillende Tempi levendig afwisselt in een Allegro Moderato Legatissimo. Op het circuit onderdeel wordt het stuk in Alle Brêve Fortissimo gebracht, de kracht gaat niet verloren, prachtig fijn besnaard met een melancholische toon kracht. De dirigent gunt de solist even zijn vrije cadens. In dit voorlaatste onderdeel van de puzzelrit gekenmerkt door een strak gekaderd ‘decrescendo’ wordt alles in een passende omgeving neergezet. Zowel de Ouverture als het Da Capo al fine wordt het bijzonder mooi Ritertando Diminuendo geambieerd. In deze akoestiek spelen de achter aangedreven orkestleden in Presto prachtig ingehouden nauwelijks gillend een excellente boventonen. Voor de dag begon was de gastdirigent voor mij nog onbekend, maar na afloop van het diner blijkt het een beminnelijke man, een herhaling wordt de invitatie meerijden op- en neer naar het circuit Assen op 20 augustus 2006. In de stromende regen reden wij terug met hagelbuien in een open auto met neergeklapt voorraam, ca 200 km lang. Conclusie: liefhebberij voor Autosport kan soms heel ver gaan. ... Lokatie: Hotel Duin & Kruidberg Santpoort Noord
Opnieuw bewerkt in volzinnen. Op die uitzonderlijk zachte lentedag in april 2006, wanneer het zonlicht aarzelend door een sluier van hoge wolken breekt en de lucht ruikt naar pas ontwaakte aarde, neem je bij toeval plaats als stand-in in de zorgvuldig gepolijste oldtimer van een regionaal assurantiekantoor. Het is geen geplande rol, geen vooraf bedachte eer; het gebeurt zoals zoveel beslissende momenten in het leven gebeuren — terloops, bijna achteloos. Toch verandert dit ogenschijnlijk onbeduidende gebaar een gewone benefietrit in een gelaagd en verrassend rijk tafereel, waarin uiterlijk vertoon en innerlijke betekenis voortdurend om voorrang lijken te strijden. Het stoeltje waarin je neerstrijkt is meer dan leer, vering en chroom. Het is een drempel, een toegangsbewijs tot een wereld waarin liefdadigheid, netwerk belangen, nostalgie en theatrale grandeur zich met elkaar hebben verstrengeld tot een zorgvuldig geregisseerd geheel. Terwijl je de veiligheidsgordel vastklikt — een modern detail in een verder tijdloos interieur — dringt het tot je door dat deze stoel niet zomaar “gesponsord” is. Hij vertegenwoordigt een subtiele vorm van zakelijk vernuft, slim verpakt in filantropische verpakking: geven zonder los te laten, helpen zonder jezelf uit beeld te verliezen. De opbrengst van de dag, ruim twintigduizend euro bestemd voor Peruaanse weeskinderen, wordt later met hoorbare trots aangekondigd. Het bedrag klinkt indrukwekkend en is dat ook, maar terwijl het applaus weerkaatst tegen de carrosserieën, voel je onder de oppervlakte een andere dynamiek. Hier ontmoeten zakelijke relaties elkaar niet toevallig, maar doelgericht, zorgvuldig ingebed in een decor van goede bedoelingen. De gasten worden verfijnd onthaald door een private-banking groep die haar rol tot in de puntjes beheerst, en die haar gastvrijheid op haar beurt elegant heeft uitbesteed aan een regionale netwerkclub — een eigentijdse "padvinders orde" waar kameraadschap, loyaliteit en wederzijdse belangen moeiteloos samenvloeien. Rondom je glanzen de oldtimers in uiteenlopende tinten ivoor, wijnrood en diep nachtblauw. Elk voertuig draagt zijn eigen geschiedenis, zorgvuldig onderhouden en met liefde gerestaureerd. Bestuurders spreken elkaar toe in een mengeling van technische termen, anekdotes en lichte bravoure, terwijl vrijwilligers discrete aanwijzingen geven. Dan, bijna ongemerkt, verschuift de aandacht: een elegant orkest heeft een positie gekozen, alsof het decor plotseling een koninklijke ouverture vereist. De muziek vult de ruimte zonder zich op te dringen. Ze balanceert tussen ingetogenheid en plechtigheid, gedragen door een solist die een blaasinstrument bespeelt met een sonore warmte die diep in je borstkas resoneert. Zijn toon is rond, gecontroleerd, maar nooit afstandelijk. Hij speelt met de tempi alsof hij het publiek persoonlijk toespreekt: een Allegro Moderato Legatissimo dat zich soepel om de aanwezigen heen wikkelt, als een muzikaal lint dat verleden en heden samenbindt. Wanneer het konvooi zich in beweging zet en het circuit opdraait, lijkt het orkest — of misschien is het je verbeelding — van karakter te veranderen. Alsof de symfonie zich aanpast aan asfalt, snelheid en verwachting. In een Alle Breve Fortissimo, helder en krachtig, wordt het momentum van de rit gevangen. De motoren, fijnbesnaard als snaren onder hoge spanning, laten hun mechanische melancholie horen zonder schreeuwerig te worden. Ze brommen, zingen, ademen. De dirigent is hier geen man met een stok, maar het samenspel van machine en bestuurder, dat de solist een vrije cadens gunt: een moment waarin gas, techniek en intuïtie samenvallen tot pure beweging. Halverwege dwingt het een na laatste onderdeel van de puzzelrit tot vertraging en scherpte. Het contrast is voelbaar: een Decrescendo dat alles terugbrengt tot overzicht, structuur en precisie. Kaarten worden geraadpleegd, aanwijzingen herlezen, blikken uitgewisseld. De omgeving lijkt zich gewillig te voegen naar deze nieuwe maatsoort — boerderijen met verweerde gevels, houtwallen die het landschap ritmeren, verstilde dorpslijnen waar de tijd lijkt te pauzeren. Het is alsof het landschap zelf begrijpt dat dit de laatste maten van de compositie zijn en zich dienovereenkomstig gedraagt. Je realiseert je dat de rit niet louter een route is, maar een zorgvuldig gecomponeerde choreografie van indrukken, ontmoetingen en symboliek. Elk kruispunt, elke pauze, elke versnelling draagt betekenis. Wanneer de ouverture uiteindelijk plaatsmaakt voor het Da Capo al fine, ontstaat een ritmische herneming die het geheel sluitend maakt. Het Ritardando Diminuendo waarmee de dag langzaam naar zijn einde glijdt, voelt bijna filmisch aan: warm licht, lange schaduwen, gesprekken die zachter worden. Dankbaarheid hangt in de lucht — deels oprecht, deels gespeeld, maar altijd voelbaar. En dan, in de natuurlijke akoestiek van het laatste traject, komen het achterwiel aangedreven “orkestleden” nog één keer tot leven. In een Presto versnellen ze met ingehouden bravoure, net onder de grens van uitbundigheid. Geen gillende tonen, maar wel een rijke bovenlaag van harmonische boventonen die het geheel een onverwachte grandeur verleent. Het is een afsluiting die tegelijk licht en groots aanvoelt — een staande ovatie, niet in handen of stemmen, maar in motoren, landschap en het fijn afgestemde samenspel tussen mens, machine en moment.
Start-Finish: locatie Duin- en Kruidberg, (verwijzing naar Wikipedia) puzzel rit en autorally vanaf Santpoort Noord, Driehuis, Spaarndam, Haarlem, Heemstede, Aerdenhout, Bentveld, Zandvoort • • en later op de kalender de reünie op circuit Assen.

zaterdag 28 maart 2020

De trekschuit en een regenton............doc

zaterdag 26 juli 2008

De trekschuit en een regenton...........


Femmes, Fleurs et Soleil

Vrouwen, bloemen en de zon
Mannen, bomen en de maan
Regenwater in een ton
Op een trekschuit gedaan
en bomen van Haarlem naar Leiden
om aldaar de vrouwen te verleiden

De trekschuit heeft bekijks en pedant
Met kralen om de nek en in de ogen
Staan meisjes en vrouwen langs de waterkant
hen op te wachten als regenbogen

Koren op de molen in de volle zon
Ver van de Burcht ligt een trekschuit met regenton
Op de Garenmarkt wordt er gespind
Het spel begint en de meisjes worden bemind
Jantjes van Leiden maken geheel geen kans
Dolle toeren maken overuren op de schans

Verloren overstemd door minne muziek
De meisjes zijn tevree gesteld door een prachtig lied
Ontgaat bewoners de regenton bij volle maan
en bij afscheid van de jongens bij zonsopgang staan zij vooraan

Wuiven als afscheid en giechelen vermoeid
Na al dat gestoei.......er wordt gemorst

ja, het regenwater uit de ton lest de dorst.


afbeelding Anton Pieck

Martien Hersman0 reactie

 

zondag 22 juni 2008

De moordaanslag op het wassenbeeld ® 2008.


De moordaanslag op het wassenbeeld ® 2008.
Subtitel: ‘Het schot door caféraam aan de van Baerlestraat’ Misdaadroman van Martin Hersman

Brechtel Brecht, hoofdcommissaris van politie in Amsterdam wordt met haar collega Jeroen Holt geconfronteerd met een moordaanslag op een wassenbeeld in een Amsterdams eetcafé. Afdeling moorzaken neemt de zaak serieus op.

Een hoogbejaarde enigszins sjofel geklede heer loopt op de Herengracht de Bank binnen om zijn wekelijkse geld aan de balie op te vragen. Meestal wordt hij door dezelfde bankbedienden aan de balie geholpen. Op deze donderdagochtend in hartje Amsterdam loopt hij over het dikke tapijt gebogen en kortademig naar de wachtruimte.

Deze ochtend is drukker als anders en wat hem opvalt, is dat hij geen enkel bekend gezicht ziet. Hij zakt weg in een van de luxe lederen fauteuilles. Een sterk gevoel van tijfel komt over hem heen, wat versterkt wordt door de zichtbare veranderingen die de Bank heeft doorgevoerd.

De heer van Avezaat wordt bij zijn naam aangesproken door een heel vriendelijke mevrouw die hem vraagt met een opvallend hoog ABN accent of hij zijn wekelijkse contant opname wenst te verzilveren. Hij kijkt haar recht in de ogen en verontschuldigt zich, “Neem mij niet kwalijk mevrouw, ik heb me bedacht, ik beschik nog over voldoende geld en ik kan natuurlijk ook pinnen in het restaurant vanavond.”
Deze woorden schieten uit zijn mond voor hij het zelf beseft. In een flits neemt hij afscheid en rijdt hij in zijn Ford richting Jordaan. Bij de Nieuwmarkt duikt hij weer op en laat zich in een rieten terrasstoel zakken. “Wat mag het zijn, mijnheer? “ vraagt een vrolijke serveerster. Koffie met een glas water alstublieft.” De laatste slok van het heldere leidingwater smaakt hem zo goed en de koffie was heerlijk vers. Hij rekent af en rijdt via de binnenstad terug over de druk bezette grachten van de binnenstad.

De lente zon is altijd op zijn mooist in het begin van april met het frisse nieuwe groen aan de bomen. Met voldoende geduld rijdt hij voldaan ongeveer na een half uur over de Overtoom. Emiel woont al ruim veertig jaar op het zelfde adres aan het Buitenhuizenplantsoen. De enige luxe, die hij zich heeft gepermitteerd is onlang een automatische garagedeur te laten plaatsen, het werd hem te veel gedoe om in en uit te stappen en het slot ging ontzettend zwaar. Nu reed hij zijn beige Ford in één handige beweging zo de garage in.

Op de Bank was het een en al bedrijvigheid. In zijn grote kamer aan de voorkant van het pand op de 2e etage van de hoek Herengracht Utrechtsestraat ging de telefoon. Anneke van Praag, de secretaresse van Herman Schoonderwoerd meldt, dat een van de vaste klanten aan de lijn is. Herman kijkt op het staandhorloge voor hij het gesprek aanneemt, het is kwart voor twee, “ Goede middag Emiel, wat kan ik vandaag voor je betekenen?”
“Beste Herman, je weet dat ik aardig seniel wordt en ze af en toe al zie vliegen, alle gekheid op een stokje. Vanochtend was ik op de beletage en kreeg daar een heel vreemde indruk, het bracht me op mijn hoede, ik vertrouw de Bank niet meer, dat wilde ik je even laten weten!” “Wees eens duidelijk Emiel, ik begrijp niet wat je bedoelt.” “Nu, heel eenvoudig, een voor mij geheel onbekende dame vraagt aan mij, ze sprak me notabene persoonlijk aan en vroeg of ik het bekende wekelijkse bedrag wenste op te nemen?”
“Mijn beste Emiel, zo zijn tegenwoordig de bankbedienden opgeleid juist om je persoonlijk aan te spreken.” “Dat kan wel zijn, maar hoe mooi en duidelijk ze ook overkwam, ze is nooit aan mij voorgesteld, doe me een plezier en neem eens voorzichtig polshoogte over deze nieuwe situatie op de beletage,” zei de heer van Avezaat en beëindigde het gesprek.
Herman leunde achterover en zuchtte even en bij de onmiskenbare zachte kreun verscheen Anneke in de deuropening. Zonder een woord te zeggen ging zij tegenover Herman zitten en keek hem verbaasd aan. “Ik heb het nog zo gezegd in de laatste vergadering, Anneke je hebt er een aantekening van gemaakt. Hoe kun je in hemelsnaam een hele afdeling vervangen zonder je vaste klanten daarover in te lichten. Haal straks het dossier van de heer van Avezaat weg van de beletage, dan bekijken we het straks nog eens nauwkeurig,” zie Herman op zijn gebruikelijk aardige manier. Anneke bleef verbaasd naar Herman kijken. “Denk nu eens even goed na Herman, er is helemaal geen dossier op de beletage natuurlijk, alle gegevens zitten tegenwoordig in de computer. “Ja, stom van me, denk eens mee? Hoe krijgen wij die gegevens daar weg. We kunnen onze klanten toch zo niet weg laten jagen?” Anneke stond direct op en koos de vier cijfers van automatisering. “Ja, met Anneke, Colette mag ik Fons van je?” Het duurde even voor Fons aan het toestel kwam. In de tussentijd keken Herman en Anneke naar het vertrouwde beeld op de gracht. De verse groene beukenblaadjes twinkelden in het licht wat weerkaatst werd door het water van de gracht. “Met Fons, Anneke vertel, wat kan ik voor je doen?” “Vanochtend is een van onze vaste klanten op de beletage weggelopen. Herman vraagt zich af of het niet beter is de gegevens van deze klant tijdelijk te blokkeren en niet meer zichtbaar te hebben op de monitoren van de benedenbalie. Kun je dat snel regelen en als je klaar bent kom dan daarna meteen hier heen, neem Colette ook even mee.” Anneke legde zacht de hoorn terug en nam even bescheiden op het puntje van het bureau van Herman plaats, dan was voor haar een natuurlijk gebaar geworden als zij en Herman weer eens op een lijn zaten.
In dit soort situaties was hun denkwijze eender en vulden zij elkaar altijd aan. Voor Herman was dat thuis geheel anders, tegelijkertijd hield ook daarom zo van deze baan, met zijn tweeën vormden ze een geweldig team. Zonder Anneke zou het lang niet zo leuk zijn.

Via het bank intranet berichtte Anneke de gegevens van Avezaat aan Fons Kerkhof. Colette Pronk kreeg een carbon copy. De samenwerking bleek weer voorbeeldig. Een halfuur later zaten Fons en Colette al aan Herman’s bureau. Anneke schonk thee in voor zijn vieren. Zonder al te veel poespas maakte Herman duidelijk, dat de portefeuille van Emiel van Avezaat beschikbaar gesteld zou worden voor de particuliere beleggersbank van de Bank. Fons nam het woord, ‘Begrijp ik het goed, deze gehele portefeuille van Emiel van Avezaat wordt overgeheveld naar Koopmans & van Poppel. We nodigen de heer van Avezaat uit voor deze transactie en wij nemen de transferkosten voor onze rekening. Tegelijkertijd stelt dat Emiel van Avezaat in staat om gratis van onze servicedienst en taxi’s gebruik te maken en te pinnen waar en wanneer hij maar wenst, O.K.?”

Anneke belde direct de heer van Avezaat en vroeg hem of het hem schikte direct door een taxi te worden opgehaald om een en ander te bespreken hier op het kantoor van de heer Schoonderwoerd. De heer van Avezaat vatte het sportief op en hield een slag om de arm, hij stond erop een etentje aan te bieden. “Mag ik jullie Hollandse stampot aanbieden in het verbouwde Orkestje aan de van Baerlestraat, dan reserveer ik aansluitend een tafel om half zes?” Na een kort overleg werd er ingestemd en de taxi was al onderweg toen Emiel van Avezaat vanuit zijn huis een tafel reserveerde bij het Orkestje. Hij had Gijs Lantink zelf aan de lijn en hij vroeg om de ronde tafel achterin en de kleine tafel in de serre. De uitbater begreep direct de wens van de heer van Avezaat. Op dezelfde donderdagmiddag rijdt een taxi voor en wordt de heer van Avezaat via een zijingang van de Bank in de lift gezet naar de tweede etage en hij wordt vriendelijk verwelkomd door de heer Schoonderwoerd. Herman stelt hoofd automatisering Fons Kerkhof en zijn secretaresse Colette Pronk aan hem voor. Anneke van Praag kent de heer van Avezaat al geruime tijd, die heeft zij nog zojuist aan de telefoon gehad. Herman Schoonderwoerd begint het gesprek, “Beste heer van Avezaat, wij nemen uw klacht zeer serieus en gezien uw leeftijd lijkt het ons wenselijk u voor te stellen als vaste klant meer te gaan verwennen. Onze particuliere beleggersbank Koopmans & van Poppel geeft u deze servicedienst gratis bij het beheren van uw portefeuille. Wij stellen voor of u hiermee akkoord kan gaan. Wij halen uw portefeuille weg van het scherm op de beletage. Met een druk op de knop kan de heer Kerkhof dat voor u regelen. Anneke heeft al een document straks voor u opgemaakt wat u na deze bespreking kunt ondertekenen, mits u dat op prijs stelt natuurlijk. Alle kosten die dit met zich meebrengt zijn voor rekening van onze afdeling. Uw portefeuille laat dat ruimschoots toe. U hoeft het alleen maar goed te keuren en te ondertekenen.”

Emiel van Avezaat neemt rustig het woord en spreekt zijn waardering uit voor de oplossing na het voorval deze ochtend op de beletage. “Ik heb nog wel een aanvullend verzoek of de Koopmans & van Poppel ook in staat is mijn notariële en juridische zaken over te nemen, dat zou ik zeer op prijs stellen.” “Er zijn namelijk momenteel vervelende juridische zaken gaande tussen mijn verhuurder van mijn kantoor en ik heb de wens mijn testament te laten veranderen in het bijzijn van u vieren als getuigen. Mijn wensen heb ik hierbij schriftelijk kenbaar gemaakt. Emiel haalt een open envelop uit zijn binnenzak en overhandigt dit verzoek aan Herman Schoonderwoerd.

Anneke van Praag past in een oogwenk het verzoek aan en even later wordt het document officieel bekrachtigd door ondertekening van alle aanwezigen. “Daar moet op worden geklonken,’ zie Anneke spontaan. Herman schenkt een jonge borrel in voor Emiel van Avezaat. De anderen nemen fris zonder een kleurtje, cola en voor zichzelf schenkt hij een witte wijn in.

Een klein borrelnootje completeerde het geheel en even later worden zij allen gezamenlijk in een geblindeerde met zij- en achterramen Mercedes taxi opgehaald, dat is tegenwoordig heel normaal. Door de avondspits op weg gaan zij naar het eetcafé.

Gijs Lantink ontvangt de heer van Avezaat met zijn gezelschap persoonlijk en begeleid hen naar de ronde tafel achter in het café. Met een korte goedkeurende blik hebben Gijs en zijn gast oogcontact. De menukaarten worden aangereikt en de hoofdmaaltijd Hollandse pot van de dag wordt al snel geserveerd. Zij drinken er bier bij. De gasten van het eetcafé worden precies klokslag zes uur enigszins opgeschrikt door licht glasgerinkel. Het tafeltje aan het voorraam in de verwarmde serre was enigszins scheef komen te staan. Zo te zien vermoedelijk een oudere heer was onwel geworden en voorover gezakt over de tafel gebogen met zijn borrelglaasje lag op de plavuizengrond. Zijn arm wees richting de bar. De uitbater Gijs Lantink belde niet onopgemerkt 112 en werd op zijn verzoek doorverbonden met de politie recherche afdeling moordzaken. Hij gaf een korte beschrijving van het voorval en sprak daarna zijn gasten toe vooral door te gaan met waar zij mee bezig waren en zei op luide toon met een onmiskenbaar plat Amsterdams accent of er een dokter aanwezig was. Er was nauwelijks reactie tot zich een jonge vrouw zich voorstelde aan Gijs. “Jikkemien Vogel, student medicijnen wat kan ik voor u doen?” Gijs hield haar hand iets langer vast dan gebruikelijk zou zijn en zei zachtjes in haar oor “We hebben vermoedelijk een moordaanslag op een wassenbeeld, Jikkemien!”
Zij liep samen met hem naar de serre en Gijs vertelde haar opnieuw. “Normaal zit die pop met zijn viool daar in de nis, dat heb je op de menukaart kunnen zien, als je goed hebt opgelet. Het is een kopie van een van mijn stamgasten, die ondernemer van het jaar was in 2004.” “Het wassenbeeld van de heer van Avezaat heeft een aantal maanden in madame Toussaud op de Dam gestaan, maar het is geen grap als je goed kijkt zie je een kogelgat in het serreraam, geen paniek, wij gaan even daar zitten tot de politie en de ambulance komt, O.K.?”
“Graag hier twee bier! fluitjes Marjolein!” bestelde Gijs met zijn beste humortoon in zijn stem aangedikt. “Nee, dit voorval is volgens mij geen grap, Jikkemien, nog geen uur geleden heb ik die pop daar neergezet en de echte mijnheer zit achter in het café met belangrijke zakelijke contacten.”

Jikkemien kijkt Gijs nog even tijdje ongelovig aan, zij neemt een slok uit haar fluitje, ja hoor, de cafédeur zwaaide open en vier mensen kwamen achter elkaar binnen. Je zag meteen, dat ze geen borrel nodig hadden. Kordaat liep een zeer aantrekkelijke vrouw richting Gijs die zich had opgericht om naar haar toe te gaan. Ze was al bij hem en zei op warme toon, “Brechtel Brecht, afdeling moordzaken, dit is mijn assistent Jeroen Holt, zij daar is onze fotograaf Brigitte Nederkoorn en de mijnheer bij het raam is onze patholoog anatoom Albert van Bekkum.” “Vertel eens, wat er is gebeurd mijnheer?” “Gijs, Gijs Lantink, precies om zes uur zakte die mijnheer in elkaar en viel zijn borrelglaasje onaangeroerd op de plavuizen, mevrouw!”

“Ik moet er wel bij zeggen, dat we misschien geen echt lijk in huis hebben. Om vijf uur heb ik het madame Toussaud wassenbeeld daar neergezet.” Brechtel was even sprakeloos en Albert liep op Jikkemien toe, “Je neemt me toch niet in de maling hè, mevrouw Vogel,” zie Albert zachtjes maar wel verstaanbaar voor Gijs en richtte zicht tot de commissaris, “Brechtel ik ken Jikkemien vanuit het VU ziekenhuis, zij loopt een co-schap bij ons in de Amsterdamse ziekenhuizen op de afdeling pathologie. Voor ze er erg in had flapte Jikkemien er uit, “Ik heb hier helemaal niets mee te maken, ik ben hier met paar vrienden aan het borrelen en mijnheer hier vroeg of er dokter aanwezig, nou toen heb ik mijn hand opgestoken, zodoende.” Jikkemien kreeg een hoog rode kleur op haar wangen, die al gauw wegzakte toen Jeroen de assistent van mevrouw Brecht zich in het gesprek mengde. “Hoogstwaarschijnlijk is er vanuit een voorbij rijdende auto geschoten, want de schotafstand is te groot als je verder kijkt naar de blinde muur aan de overkant. Ik kan er niets anders van maken, zullen wij het lijk maar laten afvoeren als Brigitte klaar is met de foto’s?” Jeroen had een leuke uitwerking op Jikkemien, ze vond hem direct leuk en de weggetrokken kleur in haar wangen kwam weer terug, toen hij haar een vraag stelde. “Waar stond jij hier in het café voordat de heer Lantink ons belde?” Jikkemien deed een stap naar voren en wankelde even op haar benen, zij werd laconiek opgevangen door Jeroen. Ze keek hem recht in zijn licht blauwe kijkers en steunde even dankbaar op zijn spierkracht. Zij herstelde zich en liep richting haar gezelschap, maar ze kwam niet veel verder. Jeroen pakte haar zachtjes opnieuw bij de arm, “Hé, ik vroeg je wat schoonheid?” “Zij reageerde heel anders en enigszins geïrriteerd zei ze, “Vraag het maar aan mijn vrienden, die stonden allemaal om me heen, kijk zij kijken allemaal nu naar ons. Haar hele gezelschap begon hen toe te lachen. Er werd geroepen door een van de jongens, “Ik dacht dat je met ons uit was vanavond, stel hem even aan ons voor je nieuwe vriend, wij zijn heel benieuwd, hoe je hem hebt leren kennen.”

In de tussentijd had Gijs de commissaris naar de tafel van de heer van Avezaat geleid en ook haar viel de gelijkenis op, die ze op de menukaart zag die zij in haar hand hield.
Met haar politiepenning stelde ze zich aan de groep voor en bleef staan naast de heer van Avezaat. “Corrigeer mij als ik het mis heb, maar begrijp ik het goed. Mijnheer van Avezaat reserveerde deze tafel vanmiddag en heeft de heer Lantink gevraagd misschien zonder al te veel woorden of hij het wassenbeeld uit de nis in de serre wilde plaatsen?” Met zijn allen staarden zij naar de commissaris, behalve de heer van Avezaat, “Kijk dat bedoel ik nu, vanochtend had ik al een voorgevoel Herman.”
Brechtel maakte kordaat een einde aan het gesprek en richtte zich opnieuw tot allen. “Houdt u allen beschikbaar voor nader verhoor, ga niet uit de stad, ik wil jullie allemaal morgenochtend op mijn kantoor aan de Strawinskylaan nummer 9 in de linker toren op de 1e verdieping, wat spreken we af, tien uur, O.K.?” Herman nam direct nadat Brechtel Brecht met haar gezelschap was vertrokken contact op met de rechterhand van de president commissaris. Het wassenbeeld werd als een echt lijk in een plastic zak geritst en afgevoerd in de wachtende ambulance. Gelukkig was de verlichting tijdens het korte verhoor van de auto uitgeweest en hadden de ziekenbroeders geduldig gewacht op het verzoek van dokter Lazarotti. Alsof er niets aan de hand was ging het caféleven die avond gewoon vrolijk door. De volgende ochtend stond er nauwelijks of niets in de dagbladen of op internet, daar was de regiobaas van Brechtel Brecht Mariebelle Lecoque heel erg blij mee, die weer op haar beurt aan de tand was gevoeld door de president commissaris van de Bank mr. M.G.M. Rijkman Roth van Amstel, die had al genoeg aan zijn hoofd met zijn aandeelhouders en wilde liever met zijn Bank uit de pers blijven.
“Schot door caféraam aan de van Baerlestraat, mogelijk afrekening. Om zes uur zijn gisteren donderdagavond enkele cafébezoekers opgeschrikt door onverwacht bezoek van de recherche. Een vermoedelijk lijk is geruisloos afgevoerd. Er zijn verder geen mededelingen gedaan over dit voorval, de politie tast nog volledig in het duister.”
Anneke van Praag was in het café nagebleven, nadat de anderen van het gezelschap waren vertrokken. Samen met de heer van Avezaat verbleven zij tot ongeveer half elf die avond. Zij namen lijn 5. Zij had met hem een prettig gesprek gehad en er werd nauwelijks ingegaan op de dingen van die dag. Zij wilde er zeker van zijn, dat de heer van Avezaat rustig de nacht thuis door kon brengen. Zij kwam er al snel achter, dat de heer van Avezaat voor hetere vuren had gestaan. Vol belangstelling had zij zijn verhalen aangehoord uit de tijd dat hij voor koningin Emma werkte, nog voor hij getrouwd was. Zijn vrouw had hij een jaar of tien gelden verloren. Hij was voor een man van zijn leeftijd opmerkelijk goed op de hoogte van het buitenland. Hij was in praktisch alle grote steden van de wereld bekend of hij kende er de weg.
Vooralsnog was Anneke van Praag de enige contactpersoon voor de heer van Avezaat. Zij zal er op toezien over het wel en wee van de heer van Avezaat, zolang ook de moord aanslag op het wassenbeeld loopt. De heer van Avezaat houdt zich beschikbaar en samen met Anneke van Praag wordt er die vrijdagochtend om negen uur snel een nieuw kostuum aangemeten en nieuwe bijpassende schoenen in het WTC voor zij samen op bezoek gingen bij de commissaris moordzaken van politie Amsterdam.

Elk in aparte kamers, Gijs Lantink, Jikkemien Vogel werden al gehoord en ondertekenden een schriftelijke verklaring. Alle gesprekken worden op video opgenomen. Brechtel Brecht is zo verstandig tijdens het verhoor met de heer van Avezaat ook Anneke van Praag bij het gesprek te betrekken en de voorgestelde advocaat van Koopmans & van Poppel.

Mr. Gerrit Lugt overziet de situatie helder en vraagt alleen als het gesprek een andere wending aanneemt aan Brechtel Brecht.
“Neem mij niet kwalijk, ik heb hier met mijn cliënt nog niet over kunnen overleggen, ik stel voor, dat wij daar later op terug zullen komen.”

Snel werden de vraagtekens later op de dag duidelijk. Wat betreft de afspraak tussen de heer Lantink en van Avezaat, wanneer en waarom het wassenbeeld zou worden ingezet was eigenlijk ontstaan bij een klein voorval, toen de heer van Avezaat een concertavond zou doorbrengen met de verhuurder van zijn kantoorruimte in het business centrum. Zijn niet nader genoemde verhuurder, had een opmerking geplaatst over de kwaliteit van het eten in het eetcafé. Van Avezaat had er geen zin meer met dit contact geconfronteerd te worden en als er enige aanleiding toe zou zijn hadden hij en de heer Lantink min of meer voor de grap afgesproken het beschikbare wassenbeeld klokslag 5 uur op de woensdagavonden uit de nis bij de toiletblokken te verplaatsen zonder vioolkist aan het serre raam met een klein glaasje. Maar wat nu die niet nader genoemde verhuurder te maken had met de moordaanslag, daartoe miste elk detail.

Herman, Fons en Colette kregen een aantal standaard vragen gesteld door Jeroen Holt te beantwoorden en waren al weer snel vertrokken uit het politiebureau. Ook zij ondertekenden de schriftelijke verklaringen. Weer terug op de Bank zorgde Herman Schoonderwoerd ervoor, dat alles in gang werd gezet de notariële stukken van zijn cliënt in bezit te krijgen en er werd schriftelijk een aanvraag gedaan voor overdracht juridische zaken bij het accountantskantoor Annistol Groot & Doorndrecht over de juridische kwestie met de verhuurder van de kantoorruimte op het business centrum van de heer van Avezaat. Anneke van Praag kwam om kwart voor twaalf terug op kantoor met de heer van Avezaat keurig in een nieuw kostuum gestoken met glimmende zwarte schoenen en met mr. Gerrit Lugt. In grote lijnen werden de voorgenomen overdracht van zaken doorgenomen en werd de heer van Avezaat uitgenodigd voor een lunch aan de overkant bij het kantoor Koopmans & van Poppel. Nog dezelfde middag werden alle computergegevens van zowel het notariskantoor en het accountantskantoor overgeheveld naar de particuliere beleggersbank Koopmans & van Poppel. Mr. Gerrit Lugt neemt contact op met Brechtel Brecht en licht haar persoonlijk in tijdens een borrel in het eetcafé aan de van Baerlestraat op de hoogte te brengen. Klokslag 5 uur die middag wordt het wassenbeeld door een servicewagen van madame Toussaud teruggebracht en opnieuw geplaatst in de nis tussen de toiletblokken. Het wassenbeeld had een nieuw lichtgrijs kostuum aan en glimmende zwarte schoenen.

Achter de schermen wordt er contact gemaakt met de fiscale opsporingsdienst door Brechtel Brecht. Alle relevante varianten worden besproken en samen met mr. Gerrit Lugt worden er ook snel vorderingen gemaakt op verschillend gebied. Enerzijds wordt op de maandagochtend een pijnlijk lek bij de Bank bekend, diverse grote geldtransacties zijn mislukt door een opgezette bug in de software van donderdag op vrijdag en pas na het weekend wordt duidelijk welk motief er schuilt achter de moordaanslag op het wassenbeeld, camerabewaking legt een samenzwering bloot tussen een bediende van een notariskantoor en een bankmedewerker. Het gaat om het illegaal verrekenen van gokschulden door middel van andermans bankrekeningen, de kopstukken worden na bewijslegging tot een bekentenis gedwongen en gearresteerd. Het moordwapen wordt teruggevonden bij huiszoekingen. Veelal in dit soort zaken worden er überhaupt geen mededelingen gedaan richting pers. Ook wordt snel de status duidelijk van de juridische kwestie tussen het business centrum en de kantoorruimte van de heer van Avezaat. Deze zaken staan bij toeval geheel los van elkaar.

Personen:
Brechtel Brecht - hoofdcommissaris van politie Amstel - & Meerlanden
Jeroen Holt – assistent commissaris
Brigitte Nederkoorn - politie fotograaf
Albert Van Bekkum– patholoog anatoom
Jikkemien Vogel – studente medicijnen
Gijs Lantink – uitbater eetcafé
Anneke van Praag – secretaresse hoofd particuliere beleggingen
Herman Schoonderwoerd – hoofd particuliere beleggingen
Colette Pronk – secretaresse hoofd automatisering van de Bank
Fons Kerkhof – hoofd automatisering van de Bank
Mr. Gerrit Lugt – jurist bij Koopmans & van Poppel
George Rijkman Roth van Amstel – president commissaris de Bank
Mariebelle Lecoque – regiomanager politie Amstel- & Meerlanden
Emiel van Avezaat – oudste ondernemer van Amsterdam.

-- courant van de dag Amsterdam --
Brechtel Brecht, hoofdcommissaris van politie in Amsterdam wordt met haar collega Jeroen Holt geconfronteerd met een moordaanslag op een wassenbeeld in een Amsterdams eetcafé. De uitbater van het eetcafé voorkomt een moordaanslag. Afdeling moorzaken neemt de zaak serieus op.

De moordaanslag op het wassenbeeld ® 2008.
Subtitel: ‘Het schot door caféraam aan de van Baerlestraat’ Misdaadroman

zaterdag 21 juni 2008

Pijn smelt moeiteloos weg in cadens


Mijn bovenarmen vechten onafhankelijk in de maat.
Ja, als mijn muziek in andere oren overgaat.
Bij weemoedige klanken, dit keer van Frédéric Chopin.
Ja, spontaan daar komen ze weer, tranen mijn ogen in.
Is het de melodie of code ?
Snap jij deze ode of bode ?
Het zijn overmatige arpeggio's verspreidt in 3/4 maat gegeven.
Het sostenuto, leggierro en pianissimo, die deze muziek brengen tot leven.
Tot in de vingertoppen voelbaar deze wandeling door bergen en dalen.
De voeten blijven aldoor beheerst schoppen op de pedalen.
Het hartenzeer voelt aan alsof je ‘n schuldig mens bent.
Inderdaad de pijn hierbij die nu moeiteloos in cadens wegsmelt.
Nee, het is geen aandoening of een brok in de keel.
Het is onwerkelijk echt het geheel.
Met enige schroom na de opsomming van deze woorden.
Daarbij verbaast het mij iedere keer “de byzondere taal ” van deze accoorden.
Het maakt niet uit of je nu wel of niet gaat afzakken op de divan.
Wel is het nu weer stil op de gang.


Bron: Martien Hersman Anno zomer 2008

donderdag 5 juni 2008

Mijn piano kraakt....


Mijn piano kraakt soms in zijn ouderdom
de snaren trillen van genoegen alom
bijna geen dag gaat voorbij
tientallen toetsen staan op eenzelfde rij
de hamers raken de snaren en het geluid ervan remt
van hoog naar laag en hard en zacht tot het wordt getempt
zonder stilte uniek
bestaat er geen muziek.

Op het stemblok van de piano
snaren staan hoog gespannen o zo
en wachten met verborgen toonaarden
de pianist rangschikt deze waarden
keer op keer glijden de vingers over ivoor
wit afgewisseld met een toets zwart ervoor
kruizen en mollen zwijgen op papier
maar krijgen al hun aandacht op het klavier.

Door de loop der jaren
zijn motten en stof gevaren
onderhoud is keer op keer van belang
het beroep op vakmanschap wees maar niet bang
van wel leerden zij zich schikken
met het juiste oor en gereedschap
dat koop je niet in blikken
pak de telefoon en geef zelf de aftrap.

Ja, de piano is opgeknapt en eindelijk weer gestemd
en klinkt bijzonder mooi, niet in cliché uitgedrukt, geremd
mag je zijn, want eerder had veel beter geweest
voor dit overjarige toverbeest
decennia lang al meer dan een eeuw gelee
liep de portemonnee van de 1e koper hiervoor leeg.


Martien Hersman, Haarlem 5 juni 2008

zaterdag 19 april 2008

A new voice for the "pianobench"



zaterdag 19 april 2008
http://www.stuartandsons.com/
The Stuart & Sons piano is in the enviable position of having been developed in the 21st century. The vision of designer Wayne Stuart combined with the entrepreneurial spirit of Robert Albert, the head of J. Albert & Son, one of Australia's oldest and most respected music companies, has generated a substantial evolution in the design of the piano. The result is the culmination of innovation, modern technology and dedicated craftsmanship. An instrument for the musician of today. No other piano in the world plays, sounds or records like the Stuart & Sons piano.

A new voice http://www.stuartandsons.com/ .

zondag 13 april 2008

De pianokruk


De 1e herinnering gaat uit dat ik op de pianokruk moest klimmen met gevaar voor eigen leven. Al snel ben je er gewag van, dat als de kruk omvalt en je krijgt hem over je heen en op je tenen, dan was het huilen geblazen.Op de pianokruk geklommen met bengelende beentjes en kleine handjes en vingers en dan maar toetsen indrukken, tot je een tik op vingers kreeg of een zet. “En nu wil ik,” zei dan een zusje of broertje.



En dan het 1e muziekschriftje op het klepje. Mijn vader tekende een appel en deelde die in twee halve appels en nog delen door twee in vier kwart appels en zo leerde ik tellen met muziek, 1,2,3,4. Moe-der ligt een kip in het wa-ter is gewoon 1,2,3,4 en kip op de volgende 1e tel in de tweede maat. Zo leerde ik mijn eerste liedje op de witte toetsen rondom het sleutelgat van de klep met een appel en een eenvoudig versje voor het eerst tellen in mijn derde levensjaar. Spelenderwijs leerde ik noten lezen en zingen. “Had ik maar beter mijn best gedaan,”komt nu nog wel eens in je op. Als je terugkijkt op het leven besef je intens de beïnvloeding van de pianokruk.
Samen met mijn broers en zusjes, toen we iets groter waren, bouwden wij de matrassen in het bed zo om, dat er banken en zittingen ontstonden, zoals in een auto en dan was de pianokruk het stuur.We mochten in die bedauto om en om sturen of meerijden, dan lieten we ons in de taxi meerijden en vroegen aan de chauffeur, “maak maar een mooie rit” en dan vroegen wij “waar zijn we nu chauffeur, vertel eens ?”
Met vader op bezoek bij zijn leraar, hoe oud zal ik zijn geweest, ik vermoed een jaar of 4, in de nabijheid van de Perzina vleugels, die naast elkaar stonden in een groot Amsterdams herenhuis uitkijkend op het Vondelpark, Gezeten op de knie van mijn vader mocht ik van deze meneer de koektrommel leegeten. Later vertelde ik vol trots bij het 1e contcertgebouw bezoek samen met mijn dochter en wees haar zijn afbeelding op een schilderij. “Kijk bij deze meneer mocht ik de koektrommel leegeten, hij was de leraar van mijn vader”. Hoe vaak heb ik dat niet verteld. Nog steeds koester ik de handgeschreven kerstliederen voor zang en piano van deze meneer.
Het borrelglaasje in de kast en de stomme piano. Op pianoles bij een vriend van mijn vader, ik spijbelde wel eens om met de buurjongetjes te gaan straatvoetballen. Ik kreeg heel veel vingeroefeningen en als ik dan een stukje mocht laten horen wat ik had ingestudeerd, liep de leraar direct weg om in zijn kast te gaan snuffelen en sorteerde hij zijn bladmuziek. Wat ik me nu nog herinner, het klok-klok-klok geluid van het vullen van een borrelglaasje, `citroentje met suiker, bessenjenever of oude jenever` en de eerste slurp ontging me niet. Hij corrigeerde me met zijn rug naar me toe, hij wist natuurlijk precies wanneer ik een fis of gis moest spelen. Ik herinner me ook nog wel het grapje de fis moet viezer om interessant te doen.
Als ik op pianoles kwam, moest ik ook vaak wachten en werd in de voorkamer gelaten, ik durfde dan niet piano te spelen, maar speelde op de stomme piano. Als je dan een noot missloeg hoorde je het tocht niet. Het blijft de enigste `stomme` piano in mijn herinnering die ik ooit heb gezien. Je kon erop zelfs de aanslag lichter en zwaarder instellen.
De pianokruk wisselt in mijn herinnering van stoel naar bank en de piano’s komen niet voorbij, je zocht ze op. Meestal zijn de instrumenten vertikaal (het woord buffetmodel kom ik zojuist voor het eerst op internet tegen) in de kleuren zwart, bruin, wit of soms twee-kleurig gelakt en zelfs in harpvorm gebouwd.
De piano´s verschilden sterk met 85 of 88 toetsen en waren dan weer hoger of lager, breder of smaller en soms ook dieper, dat waren meestal pianola´s waar de rollen van ontbraken.
Van de pianola herinner ik me, die had een zware aanslag.
De Engels sprekenden onder ons hebben het steeds over de Grand Piano en de Fransen spreken van een Piano à Queu en die zijn horizontaal gebouwd en wij noemen dat weer vleugels.
Aan de vleugel gezeten kreeg ik les bij mijn laatste leraar en dan ontdek je pas echt de verschillen in klank klankkleur en aanslag. Was je dan ergens op bezoek, dan twijfelde je soms wel. Het uitgangspunt was niet spelen, totdat weerstand niet kon worden weerstaan.
Zo leerde ik verschillen ontdekken in mechanieken en merken Steinway & Sons, Grotrian Steinweg, Carl Bechstein, Baldwin, Kawai, Yamaha, Seiler, Haake, Strümer, Thürmer, Pleyel, Rippen, Zimmermann, Ibach, Fazioli, Bösendorfer en anderen.
Enkele hoogtepunten herinnerend, onze 3 jarige zoon was uit logeren en mijn vrouw herstelde van de geboorte van onze dochter, op die dag werd een oud-tante begraven en zocht ik kennissen op met een piano. Vol trots vertelde ik, dat we een dochter hadden gekregen. Ik speelde toen stukken, die ik nu opnieuw zou moeten instuderen.