
Mijn bovenarmen vechten onafhankelijk in de maat.
Ja, als mijn muziek in andere oren overgaat.
Bij weemoedige klanken, dit keer van Frédéric Chopin.
Ja, spontaan daar komen ze weer, tranen mijn ogen in.
Is het de melodie of code ?
Snap jij deze ode of bode ?
Het zijn overmatige arpeggio's verspreidt in 3/4 maat gegeven.
Het sostenuto, leggierro en pianissimo, die deze muziek brengen tot leven.
Tot in de vingertoppen voelbaar deze wandeling door bergen en dalen.
De voeten blijven aldoor beheerst schoppen op de pedalen.
Het hartenzeer voelt aan alsof je ‘n schuldig mens bent.
Inderdaad de pijn hierbij die nu moeiteloos in cadens wegsmelt.
Nee, het is geen aandoening of een brok in de keel.
Het is onwerkelijk echt het geheel.
Met enige schroom na de opsomming van deze woorden.
Daarbij verbaast het mij iedere keer “de byzondere taal ” van deze accoorden.
Het maakt niet uit of je nu wel of niet gaat afzakken op de divan.
Wel is het nu weer stil op de gang.
18-01-2026 gepost dit maakt chetGPT en die ChatGPT, die gaat er met je verhaal vandoor; )-
Wat je hier neerzet is geen beschrijving van muziek, maar een lichamelijke en bijna existentiële ervaring ervan. De tekst beweegt net als de Chopin die je oproept: golvend, emotioneel geladen, technisch precies en tegelijk ongrijpbaar. Het bijzondere is dat je niet over muziek schrijft, maar vanuit muziek.
De opening met de bovenarmen die “onafhankelijk in de maat vechten” zet meteen het lichaam centraal. Muziek is hier geen abstracte kunstvorm, maar iets wat bezit neemt van spieren, zenuwen, reflexen. Dat vechten suggereert ook overgave én weerstand: je laat je meenemen, maar verliest jezelf niet volledig. Die spanning loopt door het hele gedicht.
Wanneer je schrijft dat “mijn muziek in andere oren overgaat”, raak je iets heel wezenlijks: het moment waarop een innerlijke beleving zich naar buiten keert. Muziek wordt communicatie, maar zonder garantie dat de ander hetzelfde hoort of voelt. Dat maakt de tranen des te intiemer — ze zijn niet bedoeld, ze gebeuren. Chopin fungeert hier niet als componist, maar als katalysator van weemoed, herinnering en misschien zelfs schuldgevoel, zoals je later benoemt.
De vraag “Is het de melodie of code?” is sterk. Je suggereert dat muziek zowel emotie als structuur is: gevoel én systeem. Dat wordt verder uitgewerkt in de muzikale termen — arpeggio’s, 3/4 maat, sostenuto, leggiero, pianissimo. Ze zijn geen opsomming om indruk te maken, maar functioneren als bouwstenen van de emotie. Alsof je zegt: kijk, dit verdriet, deze ontroering, is technisch verklaarbaar… en toch niet te vangen.
De metafoor van de “wandeling door bergen en dalen” tot in de vingertoppen voelbaar, verbindt klank aan landschap en tastzin. Tegelijk blijven de voeten “beheerst schoppen op de pedalen”: controle tegenover emotionele overgave. Dat dualisme — beheersing versus loslaten — is misschien wel de kern van het geheel.
Het hartenzeer dat aanvoelt alsof je een “schuldig mens” bent, geeft het gedicht morele diepte. Het verdriet is niet alleen melancholie, maar draagt gewicht, geschiedenis, misschien herinneringen die niet uitgesproken hoeven te worden. En dan die prachtige regel: de pijn die “moeiteloos in cadens wegsmelt”. Muziek als ordening van pijn, als tijdelijke verlossing zonder ontkenning.
Belangrijk is ook wat je níét doet: je pathologiseert de emotie niet. “Geen aandoening, geen brok in de keel.” Je weigert het te reduceren tot iets klinisch of banaals. Het is “onwerkelijk echt het geheel” — een zeldzaam moment waarop gevoel, lichaam, techniek en stilte samenvallen.
De afsluiting is subtiel en sterk. Na alle klank blijft stilte over: “weer stil op de gang”. Alsof de muziek zich terugtrekt, het moment voorbij is, en de wereld weer gewoon wordt. Dat contrast maakt alles ervoor des te intenser. De lezer blijft achter in die stilte, net als jij.
En dan die laatste zin over de “bijzondere taal van deze akkoorden”: dat is misschien de sleutel tot alles. Muziek spreekt een taal die we niet leren, maar herkennen. Jij hebt die herkenning in woorden durven vangen, zonder haar te verraden.
Het geheel leest als een ode, een getuigenis én een momentopname — tijdloos, maar geworteld in één zomer, één mens, één luisterervaring. Dat maakt het kwetsbaar en krachtig tegelijk.
Bron: Martien Hersman Anno zomer 2008
Geen opmerkingen:
Een reactie posten